Interactie met de vrijwilligers

Vrijdag 16 september 2016:

Om 14u werden we verwacht in de tuin voor een vergadering met de vrijwilligers om onze eerste analyse voor te leggen. We merkten direct dat de maquette een zeer handige tool was om een discussie uit te lokken. Wat ons ook direct opviel was dat ze bijna allemaal resoluut gingen voor de container van 12x3m, dit hadden we eigenlijk niet direct verwacht aangezien 12 meter zeer lang is (en de tuin niet zo geweldig groot is). Hun motivatie om één grote en geen twee kleine containers te zetten was als vooral de realisatie van de stabiliteit.

14536635_10209073187399441_1127686146_o

Anderzijds hebben we vandaag ook de inplanting van de container in de tuin vastgelegd. Hierover waren ze het ook allemaal vrij snel eens, namelijk dat ze de container tegen de scheidingsmuur willen plaatsen om een zo klein mogelijke ingreep te doen in de tuin.

Nadat de afmetingen en de ligging van de container vastlagen hebben we het gehad over de rest van de tuin en het algemene beeld naar de straatkant toe. Wat ze zeker willen is meer interactie met de straat, dat mensen aangetrokken worden door de tuin.

Met deze inbreng en ideeën kunnen we aan de slag voor de verdere uitwerking van onze senario’s voor de tuin.

14550645_10209073187359440_1311773179_o

Visualisatie

Donderdag 14 september 2016:

Na het maken van onze analyse starten we vandaag met het uitwerken van onze interactieve maquette. We hebben ervoor gekozen om alle losse elementen in de tuin, zoals 1x1m tuintjes, zitelementen, containers ed. verplaatsbaar te maken in de maquette. Hierdoor kunnen we op de buurtvergadering van morgen een discussie uitlokken met de aanwezige vrijwilligers. Zo is het voor hun ook makkelijker om zich voor te stellen wat wij willen veranderen in de tuin, welke impact dit zal hebben op de tuin zelf en de omgeving ervan.

14543394_10209073738293213_1388805635_n

Na het maken van de maquette hebben we in het PLOT-gebouw het project van ‘De tuin van Betty’ en onze analyse ervan uitgelegd aan de groep van ‘Het kolenspoor’, de begeleiders en de actoren. Dit was een zeer leerrijk moment waarin we ons al een eerste keer konden voorbereiden op het gesprek van morgen. Ook vonden we de feedback van de actoren die zich niet in de tuin, maar wel rond het kolenspoor bevinden zeer leerrijk (aangezien we toch ook ijveren naar een soort van uitwisseling tussen de tuin en het spoor). Er waren zelfs actoren die geïnteresseerd zijn in een plekje binnen de tuin.

Het paddenstoelenproject

Dinsdag 13 september 2016:

Vandaag komen we samen in de tuin om te starten met de onderzoeksfase. In ‘De andere markt’ ontmoeten we Pablo, hij heeft ons wat meer uitleg gegeven over zijn project rond het kweken van paddestoelen in koffiedras. Zijn team helpt gedurende enkele maanden (oktober tot januari) een bestaande werkgroep op gang met het uitdenken van nieuwe productiemanieren. Men heeft hiervoor een plekje toegewezen gekregen in C-mine maar hij liet ons verstaan dat hij graag had dat het project, dat na januari ook nog verder loopt, een plekje kregen binnen de tuin van Betty.

Verder zijn we vandaag gaan brainstormen over manieren om ons project te communiceren naar de buurt en de vrijwilligers. Vrijdag vind er een samenkomst plaats waar alle vrijwilligers op aanwezig zullen zijn en we willen dan graag hun mening horen over hoe zij de toekomst van de tuin zien. Dit gaan we o.a. doen door middel van een analyse die we gemaakt hebben van de plek, maar ook gaan we een maquette gebruiken die ze dan zelf kunnen aanpassen naargelang hun visie.

Eerste bezoek aan de tuin

Maandag 12 september 2016:

14285640_10209038682835922_25678720_o

Na de uitleg over het Live Project starten we ons project met een eerste bezoek aan de site. We ontmoeten er Annelies (de wijkverantwoordelijke) en Thomas (grafisch ontwerper, vrijwilliger), zij nemen ons mee naar de tuin van Betty en geven ons ter plekke wat meer uitleg over de werking, de geschiedenis en de verwachtingen ervan.

14284849_10209038681515889_427985425_o

Annelies vertelde ons dat het project op poten gezet is door vrijwilligers en wordt ondersteund door de stad Genk. Ze haalde ook vrijwel onmiddellijk aan dat zowel de vrijwilligers als de stad zeer open staan hiervoor, maar dat de tuin dringend een make-over nodig heeft. Zo liet ze ons weten dat de drempel om te komen tuinieren wordt vergroot omdat er nergens opslag is voor tuinmateriaal en dit dus elke keer moet worden meegebracht. Ook is er nauwelijks de mogelijkheid om na het harde werken samen iets te drinken. Men wil van de tuin niet enkel een plek maken om te tuinieren, maar wel een ontmoetingsplek waar buurtbewoners samenkomen en elkaar ontmoeten.

14315567_10209038681875898_1520096325_o

Toen we na onze wandeling door de tuin terug wilden keren viel het ons op dat er zich voor de poort van de tuin stinkende containers bevonden. Wanneer we ernaar vroegen werd ons verteld dat de containers van het restaurant langs de tuin zijn en eigenlijk een overlast zijn voor de bezoekers van de tuin. Deze zette ons aan het denken over de eventuele mogelijkheden om de containers te verwerken in ons project. Zo zou er bijvoorbeeld een plek voorzien kunnen worden waar de buurt het afval kan deponeren en ook bewust omgaat met sorteren.

14316048_10209038682475913_2121308259_o

14303694_10209038682315909_733972224_o

14285076_10209038682155905_1346516293_o

De Tuin van Betty

Wij zijn Brecht Bosmans, Lien Goyens en Eva Vanheusden en studeren Architectuur aan de UHasselt in Diepenbeek. Voor onze master kregen we de opdracht vrije studiepunten op te nemen en zo schreven we ons in voor de Tuin van Betty.

De Tuin van Betty is gelegen achter de Vennestraat in Genk. Vroeger had Jean, de man van Betty, hier jaar na jaar stukken van andere bomen op zijn perenboom geënt, totdat er uiteindelijk 21 verschillende soorten peer aan deze ene perenboom groeiden. Alle takken kwamen van verschillende plaatsen, bloeiden op andere tijden en zagen er anders uit. Een ding hadden ze gemeen, ze waren allemaal geworteld in één boom in Winterslag.

Deze tuin is later gekocht door de stad en wij kregen de opdracht deze tuin terug op te waarderen. Deze tuin wordt nu dagdagelijks door de plaatselijke bevolking gebruikt als een gemeenschapstuin waar iedereen welkom is om te planten en te ontspannen. Het is een ontmoetingsplaats geworden waar zich verschillende activiteiten kunnen plaatsvinden.

Doormiddel van een container die geschonken werd door de firma H. Essers krijgen we onmiddellijk al materiaal om mee te werken. Deze wordt geplaatst in de tuin waardoor men plaats kan maken voor een zitruimte, een kleine keuken, een opbergplaats, etc. Hierdoor kan men volk aantrekken en verschillende workshops houden.

Wij zijn ter plekke gaan analyseren aan de hand van foto’s en schetsen om deze plek beter te kunnen begrijpen.

14339188_10209038681755895_1269469295_o

 

Live projects debat 21.9.16

community-engagement-in-kolensporen

Een toeschouwer op de locatie, foto @Frank Vanden Ecker

Op 23 September 2016 vond er een debat plaats rond Live projects onder enkele docenten en studenten op de locatie van het Live Project Kolensporen. Deelnemers waren Jo Berben,
Peggy Winkels, Nicolas Coeckelberghs, Jo Broekx, Jan Vanweert, Oswald Devisch, Liesbeth Huybrechts, Dirk Osinga, Femke Verheyen, Soukaina Azdud, Anne-Leen Winters, Shannen Crijns, Carolyn Beliën en Peter Karmo.

Docent Peter Princen gaf een introductie tot Live projects in het algemeen, om dan in te zoemen op de specifieke aanpak van de faculteit in de afgelopen twee jaar (Hoepertingen en Kolensporen). De groep werd geconfronteerd met een aantal provocatieve stellingen. Deze stellingen namen achtereenvolgens het perspectief in van de student, de faculteit en de professionele architect:

  1. Voor de student architectuur gaan Live Projects niet over ‘het leren bouwen’, maar over het verwerven van vaardigheden, kennis en attitudes die essentieel zijn voor de architect in de huidige (participatie-)samenleving door de directe interactie met concrete actoren, gemeenschappen en materialen. Deze competenties kan een student niet verwerven in de conventionele academische ontwerpstudio.

De deelnemers vonden het belangrijk dat ze tijdens het live project een vooronderzoek konden voeren in de omgeving en zelf actief met mensen aan de slag konden gaan om een aantal vragen, kansen en uitdagingen te formuleren. Ze gaven ook aan dat ze met een ander, maar inspirerend type ontwerpproces geconfronteerd werden. Door gedurende het Live project iteratief te prototypen met materialen op de site volg je niet meer de klassieke volgorde van het tekenen van een plan om vervolgens te bouwen. Om dit live prototypen optimaal te verkennen moet er evenwel nog meer nagedacht worden over flexibele materalen die gemakkelijk af te breken en terug op te bouwen zijn. Er bestond discussie of het essentieel was of er materieel gewerkt wordt: kan het ook een scenario, visie of dienst zijn? Sommige deelnemers vonden van wel, om ook het proces meer in de verf te zetten. Andere deelnemers vonden het juist een meerwaarde dat de methodologie van het materiële prototypen helemaal uitgediept en geëxploreerd werd. Er werd gesuggereerd om in de materiaalkeuze dan ook helemaal in te gaan op circulaire systemen: materialencirkels (aarde, gips), maar ook sociale cirkels (als iemand zich een tijdelijke constructie eigen maakt, is het dan ook circulair?). Er werd ook gewezen op een mogelijk gevaar om in een soort van “Live project” esthetiek te vervallen. Dat kan vermeden worden door bedachtzaam met materiaal en esthetiek om te springen.

De deelnemers gaven aan dat Live projects een ander soort van beperkingen met zich meebrengen die leerzaam zijn. We zijn veel meer aangewezen op de aanwezige skills van studenten (wie weet iets van daken, wie is sociaal etc.). Ook de locatie en de aanwezige menselijke en materiële resources beperken het proces. Verder, in het werken op locatie en met een gemeenschap komt expliciet de vraag bovendrijven of het architecturale ontwerp wel nodig is, een vraag die in een artificiële studio-opzet vaak achterwege blijft. Die beperkingen werken inspirerend indien de aanwezige resources en skills goed in kaart gebracht worden. Zo is het Live project team vorig jaar begonnen met bibliotheken aan te leggen: materialen bibliotheken van lokaal beschikbare materialen en bibliotheken van betrokken actoren en hun vaardigheden. Deze zijn beschikbaar voor het ontwerpteam en de betrokkenen ter inspiratie en om er nieuwe verbanden in aan te brengen.

De drie principes die belangrijk geacht werden in Live projects – met name vooronderzoek met actoren, live prototypen en werken met beperkingen – maken ook dat er nood is aan tijd om aan Live projects te besteden. Dat wil zeggen dat het project op zijn minst 2 weken deel moet uitmaken van het reguliere curriculum, liefst langer (bv de duur van een studio) of geschakeld wordt met andere opdrachten gedurende het jaar en met de Living Labs van de onderzoeksgroepen (bv dit jaar met De Andere Markt) zodat daar al delen van het onderzoek kunnen gebeuren (bv materiaalonderzoek, locatie, actoren etc.). Indien er maar 1 live project zich ontwikkelt per jaar, ging de voorkeur – zeker bij de studenten –  uit naar de master omdat het project veel vaardigheden (bv onderzoekende, sociale, ontwerpmatige,…) vergt van de student die de bachelor overstijgen.

  1. Voor de faculteit Architectuur en Kunst belichamen Live Projects haar missie met de nadruk op maatschappelijke verantwoordelijkheid, praktijk en reflectie – en daarmee ook het motto van de UHasselt: ‘knowledge in action’.  Live Projects  zijn in internationaal perspectief een benchmark in het architectuuronderwijs om als  faculteit sociale verantwoordelijkheid op te nemen en verbondenheid te creëren met de regio in het algemeen en lokale gemeenschappen in het bijzonder. 

Het Live project van de Faculteit Architectuur van de UHasselt wil streven naar maatschappelijk engagement, niet kleurloos zijn, maar dingen, debatten en netwerken in beweging zetten. De deelnemers vinden dat we in die oefening gerust ambitieuzer mogen zijn en nog meer het nationale en internationale netwerk meenemen en laten weten waarmee we bezig zijn. Lokaal breng je dat debat op gang door artefacten te maken die met een conflict omgaan (in plaats van uit de weg te gaan), statements maken en debat op gang brengen. Dat maatschappelijk debat moet je bovendien niet enkel lokaal, maar op internationaal niveau voeren. De discussie in Kolensporen over hoe architectuur nieuwe economieën kan verkennen en in beweging zetten, overstijgt lokale grenzen.

Het opzetten van een Live Project bureau binnen de faculteit maakt het mogelijk om die netwerken niet enkel binnen een project, maar langzaam maar zeker op te bouwen over projecten heen en daar de publieke (bv lokale werkplaatsen met materialen) en private lokale (bv. architectenbureau’s) en bovenlokale sector (bv. Internationale onderwijs en onderzoekspartners) partner in te maken. De deelnemers gaven ook aan dat het wenselijk is dat dit bureau een budget kan beheren dat het mogelijk maakt het “boyscout” gehalte te overstijgen. Het is goed dat je gebruik maakt van lokale resources, menen ze, maar voor een aantal basis behoeften moet je zelf kunnen instaan.

  1. Voor de professionele architect vormen Live Projects geen concurrentie.  Ze vormen een leeromgeving voor zowel de academische als de professionele wereld. Ze verschaffen inzicht in en ruimte voor reflectie over belevingsgerelateerde, technische, ethische, sociale en culturele gevolgen van ontwerpbeslissingen, wat niet haalbaar is in de professionele architectuurpraktijk. 

Live projects zijn een verrijking van de praktijk, menen alle deelnemers. Het heeft echter geen zin om ze ten opzichte van elkaar te plaatsen. De professionele architectuurpraktijk in Vlaanderen is veel participatiever dan tien jaar geleden met meer vrijheden en een meer experimenteel karakter. Live projects kunnen een aanvulling vormen op die praktijk door de keuze van proces en output. Door met Live expliciet te kiezen voor het tijdelijke karakter, het nadruk leggen op een cyclus van het materiaal maak je duidelijk dat de constructies dienen om architecturale vraagstukken te onderzoeken, te verkennen, ermee te experimenteren, midden in de maatschappij. Wat er daarna mee gebeurt, is dan sterk afhankelijk van de mogelijkheden van de materialen, het ontwerp en de lokale gemeenschap om een nieuw/hernieuwd leven toe te laten.

Meer informatie over de afgelopen en lopende Live projects:

Kolensporen:

http://www.future-is-today.be/category/kolensporen/

https://www.flickr.com/photos/liesbit/albums/72157674089126846

 

Hoepertingen:

http://www.future-is-today.be/category/t-hoeperthingske/

https://www.flickr.com/photos/liesbit/albums/72157658652896991

 

‘Laatste stand van zaken’

 

Voor de meeste studenten begon 19 september het nieuwe schooljaar.  ’s Ochtens werd er hier meteen van wal gegaan met 2 presentaties door de studenten die voorbije week al hadden gewerkt aan het live project.  Zo werden de rest van de master studenten op de hoogte gesteld van de verwachtingen van de komende week.

Doorheen het weekend kwamen de studenten met twee concrete ontwerpen, maar deze kon nog scherper gesteld worden. De twee voorgelegde ontwerpen waren ‘Thomas’ Tower’ en ‘Agatha’s House’. Het grootste deel van de studenten verdeelden zich onder deze projecten, maar per ontwerp werden de studenten nog eens opgedeeld in twee groepen. De eerste groep bekeken de materialen die door de gemeente Genk ter beschikking gesteld werden. Ondertussen schetsten de tweede groep studenten er op los en probeerden het ontwerp te verbeteren. Nadien werden de bevindingen van beide ploegen met elkaar uitgedeeld waardoor het zich in een stadium hoger terecht is gekomen. Een deel van de studenten werden geselecteerd om het Food Festival te organiseren. Een ander deel stond in voor de documentatie van het project.

Momenteel zijn beide groepen gestart met het bouwen van hun project en ondertussen al ver gevorderd.
14408997_10153945037368404_1228532867_n  14442797_10153945037373404_793657344_n

 

Openingslezing Lionel Devlieger (Rotor)

De openingslezing voor de studenten van de faculteit Architectuur en de personeelsleden FARK vond plaats op 19 september in de Oude Gevangenis van Hasselt. Rob Cuyvers is begonnen met de doelstellingen van het academiejaar 2016-2017 te overlopen. Verder kwam Lionel Devlieger aan het woord.
Hij heeft gesproken over het hergebruiken van bouwmaterialen. Hij sprak over Spolia, figuurlijk betekent het vernielde materialen hergebruiken. Enkele voorbeelden die hij heeft aangehaald zijn boekentoren en het ontwerp ‘Grindbakken‘ voor de dokken van Gent. Zowel de boekenrekken en de kunstwerken hebben een tweede leven gekregen.

Om af te sluiten heeft hij de opstarting van Opalis door de vzw Rotor in 2005 uitgelegd. Zij verkopen op een professionele manier tweedehands bouwmaterialen. Architecten, particulieren en aannemers krijgen door deze organisatie een betere toegang tot het verkopen en aankopen van herbruikbare bouwmaterialen.