(Be)Wegen

10-21/9/18

In het Live Project (Be)Wegen onderzoeken we wat de ruimtelijke betekenis zou kunnen zijn van een ‘trage’ economie op en langs zachte verbindingen en trage wegen in Genk. Het Live Project herdenkt wat de stad Genk doet ‘werken’, productief maakt en letterlijk en figuurlijk in beweging zet. We stellen de vraag welke actoren verbonden worden door deze wegen, hoe ze zich er langs bewegen, wat ze daar ontwikkelen en hoe deze zachte verbindingen kunnen bijdragen aan het maken van gedeelde, publieke ruimtes in en rondom de stad. Vandaag zijn in de hoofden van de mensen de Genkse bestemmingen vooral met elkaar verbonden via auto-infrastructuur en weinig inwoners, laat staan bezoekers, weten hoe dichtbij plekken als C-mine, ZOL of Kattevennen eigenlijk bij elkaar liggen en hoe ze te bereiken zijn via groene structuren, op een aangename en snelle manier.

We zullen werken rond drie cases waarbij we zowel bottom-up initiatieven als projecten vanuit publieke of private instanties integreren die in ontwikkeling zijn op drie belangrijke trage wegen op de mentale kaart van Genk: de dienstenweg Ziekenhuis Oost-Limburg (ZOL), het groenpad Stalenstraat en de pleinschakels in het Centrum.

We herdenken deze drie zachte verbindingen als een aanzet voor het ‘traag bewegen’ doorheen de rasterstad Genk. Eerst maken we samen met bewoners een mentale kaart van wat er zich op verschillende plekken zou kunnen afspelen. Vervolgens ontwikkelen we samen met hen een visie over wat het betekent om op die locaties ‘traag te bewegen’. Tenslotte maken dit tastbaar in drie gebouwde interventies.

Bijzonder aan de editie 1819 is de samenwerking met lokale dansers in het onderzoek naar de relatie tussen traag bewegen en de geplande ruimtelijke interventies en de ambitie om één of meer tijdelijke event-spaces te creëren op deze plekken.

Iedereen deelt in Runkst

Wat?
“Iedereen deelt in Runkst” is een project van architecten, ontwerpers en kunstenaars die de lounge van Hostel H innemen om samen met Runkstenaren, Hasselaren en de internationale gemeenschap na te denken over manieren van delen; samen wonen en samen zijn. We gebruiken de grote ramen van het hostel om te tonen hoe Runkstenaren op inspirerende manieren ruimte delen met elkaar: een fietsparkeerplaats, een tuin, een ijskast, een route… Dit vormt de basis om samen nieuwe manieren van fysiek en online delen in de stad vorm te geven. Vragen die centraal staan zijn: Hoe deel jij ruimte? Wat willen je delen en wat niet? Hoe willen wij delen in de toekomst? Moeten we onze ruimte daar anders voor inrichten?

Wie?
Het project is een samenwerking tussen de Faculteit Architectuur UHasselt, a2o architecten, stad Hasselt, the School, Architectuurwijzer en de burgers van Hasselt.

Contact?
liesbeth.huybrechts@uhasselt.be of 0486158840.

Wanneer?
Elke maandag vanaf 25/9 nemen we Hostel H in om aan dit project te werken.

Team:
Liesbeth Huybrechts, Oswald Devisch, Teresa Palmieri, Ann Petermans (UHasselt), Bart Hoylaerts, Jonas Knapen (a2o), Roel De Ridder (Architectuurwijzer), Katrien Schaerlaekens, Lore Motten en Koen Knevels (Stad Hasselt)

WegenWerken

Dit jaar organiseert Faculteit Architectuur en Kunst voor de derde keer een Live Project. De Live Project benadering omvat dat architectuurstudenten samen met de gemeenschap ruimtelijke artefacten bouwen die antwoorden op een specifieke vraag binnen een locatie.

Gedurende dit Live Project werken we aan het project WegenWerken, een project rond trage wegen van Trage Wegen vzw en De Andere Markt, in samenwerking met Stad Genk en de Provincie Limburg. Groene paden en doorsteekjes, fietsverbindingen en voetgangersbruggen: elk wegje voor niet-gemotoriseerd verkeer is een trage weg. Ze bestaan in alle maten en soorten: smal en breed, verhard en modderig, stedelijk en landelijk. Ook in Genk vind je een wirwar van trage wegjes. Alle trage wegen zijn voorbeelden van gedeelde, publieke ruimtes in en rondom de stad. Het project WegenWerken focuste gedurende het afgelopen jaar op hoe Genkenaren trage wegen gebruiken en gaat hierop verder om te kijken hoe ze productief kunnen ingezet worden als motor voor gemeenschapsvorming en werkgelegenheid in de stad. Door hun functie als weg, hebben ze allemaal te maken met een spanningsveld tussen hun publieke, gemeenschapsvormende en groene functie die ze kunnen vervullen in een stad en hun functionele karakter als weg “van en naar” en verbinder tussen de rasters in de stad. De geplande gebouwde interventies tijdens het Live Project in, op en rond deze wegen zijn een manier om dat spanningsveld zichtbaar en productief te maken en om op zoek te gaan naar hun potentieel voor de gemeenschap en werkgelegenheid in Genk.

De interventies/cases tijdens het live project concentreren zich op wegen waar er zowel bottom-up initiatieven als projecten vanuit publieke of private instanties in ontwikkeling zijn. De cases hebben gemeenschappelijk dat ze inspelen op het thema “fast lane” en “slow food”. Met de vertraging die in het concept “slow food” zit proberen we het publieke karakter van de trage wegen te versterken. We bedenken de drie plekken ook als een aanzet voor het denken over traag bewegen doorheen de Genk als rasterstad door een mentale kaart te maken van wat er zich op verschillende plekken zou kunnen afspelen. Op elk van de drie locaties gebeurt dat vertragen immers op een andere manier omwille van een andere typologie van de trage weg, andere actoren en de andere context. Drie gebouwde interventies zullen zich daarom focussen op drie verschillende typologieën van de Genkse trage wegen: een ‘lange afstandsweg’, een ‘dienstenweg’ en een ‘schakel’.

Live projects debat 21.9.16

community-engagement-in-kolensporen

Een toeschouwer op de locatie, foto @Frank Vanden Ecker

Op 23 September 2016 vond er een debat plaats rond Live projects onder enkele docenten en studenten op de locatie van het Live Project Kolensporen. Deelnemers waren Jo Berben,
Peggy Winkels, Nicolas Coeckelberghs, Jo Broekx, Jan Vanweert, Oswald Devisch, Liesbeth Huybrechts, Dirk Osinga, Femke Verheyen, Soukaina Azdud, Anne-Leen Winters, Shannen Crijns, Carolyn Beliën en Peter Karmo.

Docent Peter Princen gaf een introductie tot Live projects in het algemeen, om dan in te zoemen op de specifieke aanpak van de faculteit in de afgelopen twee jaar (Hoepertingen en Kolensporen). De groep werd geconfronteerd met een aantal provocatieve stellingen. Deze stellingen namen achtereenvolgens het perspectief in van de student, de faculteit en de professionele architect:

  1. Voor de student architectuur gaan Live Projects niet over ‘het leren bouwen’, maar over het verwerven van vaardigheden, kennis en attitudes die essentieel zijn voor de architect in de huidige (participatie-)samenleving door de directe interactie met concrete actoren, gemeenschappen en materialen. Deze competenties kan een student niet verwerven in de conventionele academische ontwerpstudio.

De deelnemers vonden het belangrijk dat ze tijdens het live project een vooronderzoek konden voeren in de omgeving en zelf actief met mensen aan de slag konden gaan om een aantal vragen, kansen en uitdagingen te formuleren. Ze gaven ook aan dat ze met een ander, maar inspirerend type ontwerpproces geconfronteerd werden. Door gedurende het Live project iteratief te prototypen met materialen op de site volg je niet meer de klassieke volgorde van het tekenen van een plan om vervolgens te bouwen. Om dit live prototypen optimaal te verkennen moet er evenwel nog meer nagedacht worden over flexibele materalen die gemakkelijk af te breken en terug op te bouwen zijn. Er bestond discussie of het essentieel was of er materieel gewerkt wordt: kan het ook een scenario, visie of dienst zijn? Sommige deelnemers vonden van wel, om ook het proces meer in de verf te zetten. Andere deelnemers vonden het juist een meerwaarde dat de methodologie van het materiële prototypen helemaal uitgediept en geëxploreerd werd. Er werd gesuggereerd om in de materiaalkeuze dan ook helemaal in te gaan op circulaire systemen: materialencirkels (aarde, gips), maar ook sociale cirkels (als iemand zich een tijdelijke constructie eigen maakt, is het dan ook circulair?). Er werd ook gewezen op een mogelijk gevaar om in een soort van “Live project” esthetiek te vervallen. Dat kan vermeden worden door bedachtzaam met materiaal en esthetiek om te springen.

De deelnemers gaven aan dat Live projects een ander soort van beperkingen met zich meebrengen die leerzaam zijn. We zijn veel meer aangewezen op de aanwezige skills van studenten (wie weet iets van daken, wie is sociaal etc.). Ook de locatie en de aanwezige menselijke en materiële resources beperken het proces. Verder, in het werken op locatie en met een gemeenschap komt expliciet de vraag bovendrijven of het architecturale ontwerp wel nodig is, een vraag die in een artificiële studio-opzet vaak achterwege blijft. Die beperkingen werken inspirerend indien de aanwezige resources en skills goed in kaart gebracht worden. Zo is het Live project team vorig jaar begonnen met bibliotheken aan te leggen: materialen bibliotheken van lokaal beschikbare materialen en bibliotheken van betrokken actoren en hun vaardigheden. Deze zijn beschikbaar voor het ontwerpteam en de betrokkenen ter inspiratie en om er nieuwe verbanden in aan te brengen.

De drie principes die belangrijk geacht werden in Live projects – met name vooronderzoek met actoren, live prototypen en werken met beperkingen – maken ook dat er nood is aan tijd om aan Live projects te besteden. Dat wil zeggen dat het project op zijn minst 2 weken deel moet uitmaken van het reguliere curriculum, liefst langer (bv de duur van een studio) of geschakeld wordt met andere opdrachten gedurende het jaar en met de Living Labs van de onderzoeksgroepen (bv dit jaar met De Andere Markt) zodat daar al delen van het onderzoek kunnen gebeuren (bv materiaalonderzoek, locatie, actoren etc.). Indien er maar 1 live project zich ontwikkelt per jaar, ging de voorkeur – zeker bij de studenten –  uit naar de master omdat het project veel vaardigheden (bv onderzoekende, sociale, ontwerpmatige,…) vergt van de student die de bachelor overstijgen.

  1. Voor de faculteit Architectuur en Kunst belichamen Live Projects haar missie met de nadruk op maatschappelijke verantwoordelijkheid, praktijk en reflectie – en daarmee ook het motto van de UHasselt: ‘knowledge in action’.  Live Projects  zijn in internationaal perspectief een benchmark in het architectuuronderwijs om als  faculteit sociale verantwoordelijkheid op te nemen en verbondenheid te creëren met de regio in het algemeen en lokale gemeenschappen in het bijzonder. 

Het Live project van de Faculteit Architectuur van de UHasselt wil streven naar maatschappelijk engagement, niet kleurloos zijn, maar dingen, debatten en netwerken in beweging zetten. De deelnemers vinden dat we in die oefening gerust ambitieuzer mogen zijn en nog meer het nationale en internationale netwerk meenemen en laten weten waarmee we bezig zijn. Lokaal breng je dat debat op gang door artefacten te maken die met een conflict omgaan (in plaats van uit de weg te gaan), statements maken en debat op gang brengen. Dat maatschappelijk debat moet je bovendien niet enkel lokaal, maar op internationaal niveau voeren. De discussie in Kolensporen over hoe architectuur nieuwe economieën kan verkennen en in beweging zetten, overstijgt lokale grenzen.

Het opzetten van een Live Project bureau binnen de faculteit maakt het mogelijk om die netwerken niet enkel binnen een project, maar langzaam maar zeker op te bouwen over projecten heen en daar de publieke (bv lokale werkplaatsen met materialen) en private lokale (bv. architectenbureau’s) en bovenlokale sector (bv. Internationale onderwijs en onderzoekspartners) partner in te maken. De deelnemers gaven ook aan dat het wenselijk is dat dit bureau een budget kan beheren dat het mogelijk maakt het “boyscout” gehalte te overstijgen. Het is goed dat je gebruik maakt van lokale resources, menen ze, maar voor een aantal basis behoeften moet je zelf kunnen instaan.

  1. Voor de professionele architect vormen Live Projects geen concurrentie.  Ze vormen een leeromgeving voor zowel de academische als de professionele wereld. Ze verschaffen inzicht in en ruimte voor reflectie over belevingsgerelateerde, technische, ethische, sociale en culturele gevolgen van ontwerpbeslissingen, wat niet haalbaar is in de professionele architectuurpraktijk. 

Live projects zijn een verrijking van de praktijk, menen alle deelnemers. Het heeft echter geen zin om ze ten opzichte van elkaar te plaatsen. De professionele architectuurpraktijk in Vlaanderen is veel participatiever dan tien jaar geleden met meer vrijheden en een meer experimenteel karakter. Live projects kunnen een aanvulling vormen op die praktijk door de keuze van proces en output. Door met Live expliciet te kiezen voor het tijdelijke karakter, het nadruk leggen op een cyclus van het materiaal maak je duidelijk dat de constructies dienen om architecturale vraagstukken te onderzoeken, te verkennen, ermee te experimenteren, midden in de maatschappij. Wat er daarna mee gebeurt, is dan sterk afhankelijk van de mogelijkheden van de materialen, het ontwerp en de lokale gemeenschap om een nieuw/hernieuwd leven toe te laten.

Meer informatie over de afgelopen en lopende Live projects:

Kolensporen:

http://www.future-is-today.be/category/kolensporen/

https://www.flickr.com/photos/liesbit/albums/72157674089126846

 

Hoepertingen:

http://www.future-is-today.be/category/t-hoeperthingske/

https://www.flickr.com/photos/liesbit/albums/72157658652896991

 

Live project 2016: Kolensporen

@Boumediene Belbachir

In het Live Project ‘Kolensporen’ verkennen wij wat het Kolenspoor in Genk kan betekenen voor een productief samengaan van werk, wonen en recreatie in de toekomst. De masterstudenten Architectuur, Universiteit Hasselt werken één of twee weken (afhankelijk van het feit of ze vrije studiepunten mee opnemen) aan het ontwikkelen van zogenaamde “pop-up voedsel-werkstations”. Hierin onderzoeken, ontwerpen en bouwen studenten “live” ruimtelijke interventies langs het spoor. Voor de ontwerpen van deze stations baseren ze zich op kennis van zowel globale trends rond circulaire stadsprojecten rond voedsel en natuur als kennis over het landschap en lokale initiatieven.

Een terugblik op het Live project Hoepert(h)ings

metsen dag 10 zwart wit

Vandaag is het exact tien jaar geleden dat het Live project Hoepert(h)ings plaats vond in Hoepertingen. Dit was een reden voor onze reporter Wannes Boonen om met de be – trokkenen te spreken. Hij wou een aantal van de centrale principes en gebruikte methoden die vandaag nog relevantie hebben, in kaart brengen. Studenten van de Faculteit Architectuur en kunst van de Universiteit Hasselt, in samen – werking met 4 docenten/onderzoekers (Sarah Martens, Franck Vanden Ecker, Peter Princen en Liesbeth Huybrechts) en 1 doctoraatsonderzoeker (Camilo Amaral) van de University of East London ontwierpen 2 concrete constructies langsheen een treuzelpad. Hiermee wilden ze een nieuwe kijk bieden op vergeten plaatsen in het dorp en inspelen op toeval – lige ontmoetingen. Dit deden ze met het oog op een ruimtelijk boeiende, sociale, groene en inclusieve toekomst voor het dorp. Met dit Live project ontwerpen de studenten niet alleen een ruimtelijke installatie. Ze ontwierpen ook expliciet in samenwerking met de omgeving lokale experten (bv natuurorganisaties), jonge en oude bewoners en lokale or – ganisaties (Kasteel Mariagaarde en zorgcentrum Ter Heide).

De deelnemers aan het project, de studenten en hun begeleiders, startten hun project met een onderdompeling in het dorp, enkele lez – ingen en uiteenzettingen over de opdracht. Zo maakten ze kennis met de context waarin het project zich situeert, maar ook met de filosofie van Hoepertingen. Ze wandelden doorheen de locaties waarin ze zouden werken: een kersenwei met silo’s nabij het bouwbedrijf Schoofs en een wandelroute naast het kerkhof. Ze deden die wandelingen samen met enkele bewoners van het dorp die deze plekken goed kennen. De studenten werden vervolgens opgesplitst in twee groepen. De ene groep was verantwoordelijk voor het bouwen van een platform en de andere voor het construeren van een dakstructuur als ontmoetingsplekken lang – sheen het pad. Op basis van hun ervaringen tijdens het bezoek aan de locaties en de dia – logen met de inwoners, deelden ze hun visies tijdens enkele brainstormsessies. In een eerste sessie beschreven ze in groepjes van een viertal studenten de positieve en negatieve punten van de plek en bekeken wat de mogelijkheden waren voor de constructie. De resultaten werden vervolgens bediscussieerd met de hele groep om inspraak van iedereen en het delen van meningen te garanderen.

In een volgende sessie bedachten de student – en in kleinere groepjes een meer concreet idee voor de locaties. Vervolgens werden de ontwerpen tussen de groepen uitgewisseld. De groepen werkten verder aan het ontwerp van de andere groep zodat het ontwerp met nieuwe visies geconfronteerd werd. Terwijl de plannen voor de installaties steeds concreter werden, kwamen de studenten voor het eerst in aanraking met de materialen die ze voor handen hadden. Via de Opalis prijs won het Live project een hoop Belgische stenen. Het ging om reeds gebruikte bakstenen, kasseien en granieten blokken. Als de studenten iets nodig hadden naast dit lokale recuperatiemateriaal, moesten de studenten het dorp te engageren om hieraan te komen. Deze aanpak moest garanderen dat het liveproject zich niet enkel tot de materialenkennis van de studenten en docenten beperkte, maar dat ook lokale kennis en beschikbaarheid van materiaal in het hele dorp ging meespelen.

Het Live project omvatte ook een soort van rolverschuiving van de architectuurstudenten. Hun meer geoefende rol van architect/ bedenker moest een stukje plaatsmaken voor de rol van bouwvakker. Dit werd ondersteund door een uiteenzetting over de veiligheidsvoorschriften voor de bouw van hun project door lokale ondernemer Schoofs. Bij de start van de werken kregen ze ook direct te maken met kleine problemen op het terrein die moesten verholpen worden vooraleer de echte werken van start konden gaan. Er werden bijvoorbeeld funderingssleuven uitgegraven en gevuld met beton. Activiteiten die even de tijd vroegen voordat er verder gebouwd werd.

Naast de activiteiten op de site, hielden de studenten op bepaalde momenten in de week en gedurende het weekend een pop-up terras open op het kasteeldomein Mariagaarde waar inwoners van het dorp of geïnteresseerden van buiten het dorp hun mening kon geven over de ruimtelijke de initiatieven. Om het debat aan te zwengelen werd deze krant gebruikt. Hierin schreven studenten, docenten en bewoners artikels over hun acties en hoe deze volgens hen zouden evolueren in de toe – komst. De krant was dus niet enkel een logboek van hun werk maar ook een middel om te communiceren naar de omwonenden of passanten. Ook de bewoners met verstandelijke en/of bijkomende beperkingen werden actief betrokken. De studenten zetten zich elke dag in om samen met de bewoners van Ter Heide activiteiten te doen. Deze samenwerk – ing was van belang omdat die het treuzelpad, waaraan de projecten gelegen zijn, en de pro – jecten zouden kunnen inspireren. Deze eerste editie in Hoepertingen was een experiment met vallen en opstaan, maar het heeft wel een boeiende basis gevormd voor de manier waarop studenten architectuur kun – nen werken met gemeenschappen, op locatie. Sindsdien is het Live project elk jaar op een andere plaats in Vlaanderen herhaald.

Bewoners Ter Heide mede-ontwerpers van hun dorp 

schoenen ter heide

“Al te vaak zijn steden en dorpen enkel ontworpen voor en door mensen die gemakkelijk mentaal en fysiek kunnen bewegen doorheen de ruimte”, zegt Guido Massonnet, één van de coördinatoren van het centrum voor mensen met een verstandelijke en/of andere beperkingen Ter Heide. In 2015 ging Ter Heide daarom voor het eerst een samenwerking aan met een groep architectuurstudenten en docenten. Zij hadden als doelstelling om een wandelpad te ontwerpen doorheen het dorp.

De aanpak was eenvoudig. Dagelijks namen de architectuurstudenten een bewoner mee op wandel doorheen het dorp. Wat ze daaruit leerden werd meegenomen in de vormgeving van paden en ontmoetingsplekken in het dorp. Deelnemend architectuurstudent Julie deelt haar verontwaardiging over de bewandelbaarheid van het dorp:  “Wat ik beschamend vond was dat het eigenlijk echt moeilijk wandelen is in Hoepertingen met een rolstoel. Dat probleem hebben wij uiteraard niet kunnen oplossen, maar het was goed om ons hiervan bewust te zijn.”

De doelstelling van deze aanpak was uiteraard meer dan een ‘rolstoel-toegankelijke’ ruimte creëren. De initiatiefnemers wilden het samenleven in een dorp te herdenken: er kunnen en mogen bij horen ondanks het anders zijn. Dit leren rekening houden met verschillende noden en bewoners, geeft Hoepertingen vandaag niet alleen de mogelijkheid om een van de meest inclusieve en bewandelbare dorpen in Vlaanderen te worden, maar ook een met aandacht voor boeiende sensoriële ervaringen. De bewoners van Ter Heide, maar ook kinderen en volwassenen zouden er immers moeten kunnen genieten van ruimtes die ook de zintuigen prikkelen.

Tiende verjaardag van Hoeper-concerten

kerkhof dag 7 zwart wit

Foto’s van de eerste stenen op het Sterrenplekje

Volgende week vindt de tiende reeks plaats van de Hoeper-concerten onder het afdak van “Het Sterrenplekje”. De organisator Sofie Viaene vertelt:

“De constructie van het Hoepert(h)ings collectief van architectuurstudenten, docenten en bewoners op het fruitspoor trok muzikanten aan die het inspirerend vonden om te repeteren in open lucht. Op hun beurt trokken zij nieuwsgierige muziekliefhebbers aan. De Hoeper-concerten zijn daar en dan geboren. Ondertussen zijn er vele gezellige matinee concerten gehouden. En ook de akoestische kampvuur concerten brachten vele mensen bijeen”.

De Hoepert(h)ings constructie maakte een einde aan het gebruik van deze mooie groene plek in Hoepertingen als afvalplek. Gedurende een gemeenschappelijke inspanning met dagcentrum de Wroeter ruimden studenten eerst een plek op het kruispunt tussen het kerkhof en het oude fruitspoor op om plaats te maken voor het nieuwe ontwerp. Volgens de bewoners zou het afdak ook een oud gebruik tot leven kunnen wekken, namelijk “Stoel op straat” waarbij bewoners hun stoel buiten zetten op bepaalde momenten in de week om samen te praten, drinken en eten.

De plek heeft sindsdien goed gewerkt als concertplek, maar ook meer algemeen als ontmoetingsplek. Het kerkhof is een sociale plaats waar steeds mensen aanwezig zijn om overleden familieleden of vrienden te bezoeken. Het eindpunt van het treuzelpad (een “traag” wandelpad doorheen Hoepertingen) is bovendien een rustpunt op het meest groene plekje in Hoepertingen. Het Sterrenplekje werd echter niet meteen door alle bewoners omarmd. Ze vreesden dat de route zou doorgetrokken worden op de oude spoorwegbedding en op die manier een inkijk zou kunnen geven in de huizen, maar ook de ervaring van de mooie natuur zou verstoren.

Een bezorgde bewoner Kris Luyten legt uit: “De oude spoorwegbedding is op sommige stukken wel meer dan 5 meter hoog. Dat geeft niet enkel veel inkijk in de achtertuinen en slaapkamers van de aanliggende woningen, maar is ook niet geheel ongevaarlijk is voor de wandelaars. Bovendien staan er wel wat speciale bomen bovenop de berm die tijdens de bloesemperiode samen met al de fruitbomen zorgen voor een prachtig tafereel.” De vormgeving van het Sterrenplekje als een eind- en rustpunt veegde die bezorgdheid echter van tafel. De spoorwegbedding wordt zelfs erg gewaardeerd en gerespecteerd als groene oase, zo blijkt onder meer uit de fikse afname van sluikstorten en het opstoken van afval.

 

 

 

 

Populaire Hoepert(h)ings wandelkaart is aan hernieuwing toe.

beeld_artikel_fysieke_wandelkaart

Tien jaar geleden pionierden de Hoepertingenaars met een fysieke kaart in het dorp. Die moet de plaats innemen van een papieren of digitale kaart. Wandelaars kunnen die al wandelend volgen met het oog op onverwachte ontmoetingen. Deze kaart werd gelanceerd naar aanleiding van diverse experimenten waarmee doctoraatsonderzoekster Sarah Martens bewoners wou betrekken in ruimtelijke veranderingen in hun dorp. De onderzoekers en bewoners brachten interessante en verborgen paden en ontmoetingsplekken in kaart. Intussen zijn veel van die paden en plekken niet meer zo ‘verborgen’. Ze hebben zich ontwikkelt tot trage wegen, populair onder wandelaars en aanleiding voor vele spontane ontmoetingen.

De kaart kwam voort uit een twee weken durende workshop georganiseerd met studenten
architectuur van de Faculteit Architectuur en Kunst (Uhasselt), University of East London, lokale organisaties Mariagaarde en Ter Heide en lokale bewoners. Op één van de eerste dagen van de workshop gaven lokale bewoners aan dat ze het fijn vinden dat architecten aan de slag gaan in hun dorp, maar dat ze graag meer inzicht hebben in het soort locaties waarover ze spreken en waarom ze daarover spreken.

Gezien veel bewoners wandelen de meest aantrekkelijke manier vinden om over hun dorp te spreken, groeide de idee om een fysieke wandelkaart en -route te ontwerpen en te maken. De locaties op de kaart en de kwesties die de architecten daar interessant of uitdagend aan vinden, zouden voor hen immers het startpunt kunnen zijn om meer te debatteren over die plekken met mensen die ze daar toevallig ontmoeten.

De Hoepert(h)ings wandelkaart is reeds geruime tijd populair onder de oudere bevolking
van Hoepertingen, maar ook bij toeristen en joggers. De jongeren vinden het eerder vervelend dat al die routes en plekken zo zichtbaar zijn en zoeken steeds naar andere meer verborgen routes en plekken om rond te hangen. Gisterenavond organiseerden een groep jongeren daarom nog een vreedzame manifestatie “Walk en Delete”. Tijdens dit event wissen de jongeren al wandelend enkele plekken op de fysieke kaart uit.